Het verhaal van Joanie de Rijke

Ontvoerde journaliste vertelt haar verhaal

P-journaliste Joanie de Rijke had al eerder reportages gemaakt in Afghanistan als embedded journalist. Maar nu wou ze ook eens de andere kant van het verhaal laten zien en zocht ze contact met een talibancommandant. Een contactpersoon kon voor haar een interview regelen met de commandant van de talibangroep die in augustus tien Franse para’s in een hinderlaag liet lopen en doodde.

“Ik had alles heel goed voorbereid. De commandant van de groep, een man die zich Ghazi liet noemen, wilde heel graag zijn kant van het verhaal vertellen. De tussenpersoon die het interview tot stand wou brengen was heel betrouwbaar.Het interview werd wekenlang uitgesteld omdat het gebied voortdurend werd gebombardeerd door de Fransen. Dat waren niet de enige risico’s. Criminele bendes en mekaar concurrerende talibangroeperingen zorgden voor een een extra bibber-effect.

En dan was er nog commandant Ghazi zelf. De 33-jarige commandant was door een succesvolle militaire actie tegen de Fransen een echte volkheld geworden. Maar sinds hij voor een fotograaf van Paris Match geposeerd had in de met kogels doorboorde uniformen van de Franse para’s was hij opgejaagd wild.

Alles verliep precies zoals ik het gepland had. Samen met mijn tolk Zahir kwam ik zonder problemen op de plaats van afspraak en kon ook zonder problemen commandant Ghazi interviewen. Hij troonde mij zelfs heel trots door zijn kamp. En plots kwam zijn ware aard boven. “Jullie zijn spionnen”, zei hij en we moesten al ons geld afgeven.

Mijn tolk begon onmiddellijk koranverzen te citeren om aan te tonen dat hij een goed moslim was. Tegelijk was het een gebed voor de stervenden. Hij dacht dat hij snel zou geëxecuteerd worden. Toen Ghazi een paar uur later ook nog eens zijn masker afdeed, dat hij droeg om niet herkend te worden, vreesde ik voor mijn leven. De onthoofdingsbeelden die ik ondertussen zo goed kende van internet, flitsten door mijn hoofd.

Een band met de ontvoerders

De mullah van de groep gaf me de raad om me via het uitspreken van islamverzen te bekeren. Dat zou de executie minder pijnlijk maken.

Op een of andere manier ben ik er in geslaagd het hoofd koel te houden en mij toe te leggen op het van buiten leren van de gebeden. Ik zag hoe mijn tolk er rustiger van werd. Ik kocht er tijd mee. Mijn inspanningen om de verzen in de juiste tongval te krijgen, amuseerden hen. Ze waardeerden dat ook. Soms werd ik als een aapje gevraagd om ze af te rammelen om hen te entertainen, maar ik bracht ze ook zomaar ter sprake. Dat was een poging om een band met hen op te bouwen. Daarom bleef ik praten, over mijn zonen, over hun kinderen, over de prachtige natuur. Als ze me als mens zouden leren kennen zou het een stuk moeilijker worden om me koudweg af te maken, dacht ik.

Ik probeerde ook om zo min mogelijk overlast te veroorzaken. Ik heb in al die tijd geen traan gelaten. Ik had teveel schrik dat ik mezelf dan niet in de hand zou kunnen houden. Bovendien gunde ik ze dat niet.

We zijn in die zes dagen voortdurend in beweging geweest. Voortdurend berg op en berg af. De angst voor een militaire bevrijdingspoging zat er diep in. Al dat klimmen en dalen was fysiek heel zwaar. Maar ik maakter er steeds een erezaak van om hen bij te houden en de groep niet te vertragen. Die inzet wisten ze wel te waarderen.

Na twee dagen werd mijn tolk vrijgelaten om een rol te spelen in de onderhandelingen. Ik was de enige gijzelaar in een groep van twaalf mannelijke taliban.

Ik heb ze zoveel mogelijk aan het lachen proberen te brengen om de spanning te breken. Ik zong kinderliedjes, zette hun hoed op, leerde ze in het Engels tot tien tellen en deelde mijn lippenbalsem. Het was niet moeilijk om hen te entertainen. Als ik iets uit mijn tas haalde zaten ze er met twaalf op te kijken. Smeerde ik mijn gezicht in met crème, wilden ze hetzelfde doen. We hebben heel wat afgelachen.

De sfeer sloeg wel steeds van het ene moment op het andere moment om.Het ene moment noemde Ghazi mij zijn zuster. Het volgende moment keek hij mij razend aan en maakte hij met zijn duim een slepende beweging over zijn keel. Ik heb nooit een veilig gevoel gehad. Je leeft voortdurend alert, op de toppen van je tenen. Na een paar dagen voelde ik een zekere gelatenheid over de hele situatie. Zelfs over de mogelijkheid dat mijn hoofd er zou afgaan. Wat komt, dat komt.

Een ervaring die ik nooit zal kunnen relativeren, was toen ze me de identificatieplaatjes van de Franse soldaten gaven en het zilveren halskettinkje van de enige vrouw die was gesneuveld. Daar waren ze enorm trots op.

Het voelt fantastisch om terug in België te zijn. Ik leef. Dat kan je niet met woorden beschrijven. En huilen. Al die tranen die ik niet gelaten heb in de bergen, komen nu in stromen naar buiten.

"Uit P-Magazine"