Die schok vergeet ik nooit
Kristof Neirynck was die dag de eerste ambulancier op de plaats van het drama in Dendermonde. Zijn getuigenis van een jaar geleden: “Ik tril nog altijd na van de adrenalinekopstoot. Mijn emmer is vol van wat ik daar heb meegemaakt.'
Als vrijwillige ambulancier voor de Dendermondse brandweer was hij vrijdagmorgen als eerste hulpverlener ter plaatse, samen met zijn collega-ambulancier.’ De ervaring leert ons dat het bij een hulpoproep alle kanten uit kan: van een dronkaard die voor het raam met een keukenmesje staat te zwaaien tot erger.
Het bleek erger te zijn, veel erger dan ik ooit had gedacht. ‘Die eerste seconden toen we de crèche binnenkwam, zal ik nooit van mijn leven vergeten: het gehuil van de kinderen, de aanblik van al die baby’s en peuters onder het bloed, de paniek en de chaos die heersten, de ontreddering in de ogen van de kinderverzorgsters die met hun eigen lichaam de kindjes voor het mes van de dader probeerden af te schermen.’
‘Onze eerste zorg was meteen voor bijstand te zorgen. Ik heb mijn radio genomen, geroepen dat ik absolute voorrang moest hebben op het zendkanaal en geëist dat er massaal ziekenwagens en dokters te plaatse kwamen. En dat ze meteen ook het medisch rampenplan moesten afkondigen, gelet op het aantal gewonden dat we telden. Achteraf herinner ik me dat ik door de radio ook heb gezegd dat er al zeker twee doden waren.
‘Sommige baby’tjes waren echt zwaar toegetakeld en vertoonden gapende wonden, bijna allemaal in en rond de halsstreek. De dader moet daarop hebben gemikt’.Ondanks hun soms zware verwondingen bekommerden de verzorgsters zich om d e kindjes en klemden ze de wonden van de baby’s af in een poging het bloeden te stelpen. Mijn collega is hen daarbij gaan helpen, terwijl ik naar achter ben gelopen omdat ik daar ook nog gehuil hoorde. Op dat ogenblik vreesden we trouwens dat de dader zich nog in de crèche bevond. Een deur durfde ik niet te openen, omdat ik echt dacht dat hij erachter stond. Net op dat ogenblik hoorde ik de eerste politiewagen toekomen. Ik ben een agent gaan halen. Uiteindelijk bleek dat de dader verdwenen was.'
In afwachting van de komst van de mug-dokters begonnen twee verplegers infusen en drukverbanden aan te leggen. ‘Eerst bij de ergst gewonden. Op zo’n moment ben je verplicht om te kiezen. Enkele politieagenten hielpen ons, hoewel op sommige van hun gezichten af te lezen was dat ze in shock verkeerden. Twee kinderverzorgsters hadden ondertussen de niet-gewonde kindjes in een apart lokaaltje ondergebracht en zijn de kinderen op onze vraag beginnen uit te kleden, om er zeker van te zijn dat ze toch nergens gewond waren geraakt.’
‘Anderhalve dag later stroomt de adrenaline nog steeds door mijn lijf’, vertelt Neirynck. ‘Ik ben in de crèche gebleven tot alle kinderen waren afgevoerd. Toen alles achter de rug was, ben ik naar huis gegaan en heb ik mijn zoontjes van 11 jaar en 4 jaar eens goed vastgepakt. Dat deed zo’n deugd. De tranen kwamen in mijn ogen, ook al waren ze juist ruzie met elkaar aan het maken.
‘Het heeft mij ook bijzonder veel deugd gedaan om mijn verhaal eens te kunnen vertellen aan prins Filip en prinses Mathilde. Ze hebben anderhalf uur naar ons geluisterd en veel vragen gesteld. Je zag heel goed dat zowel prins Filip als prinses Mathilde bijzonder geschokt was door het drama.
‘Ik geef eerlik toe dat op dit moment mijn emmer even vol is en dat ik niet goed weet hoe ik hieruit zal komen. Collega’s-ambulanciers zeiden mij daarstraks: als wij iets dergelijks meemaken, zouden we nooit nog in een ambulance stappen. Ik begrijp hen. Tijdens onze opleiding worden we voorbereid op het ergste, maar wat zich vrijdag in de crèche heeft afgespeeld, was er ver over.’
Bron: De Standaard