Af en toe een beetje mazzel
Arnold Karskens (55), een Nederlander die met een Belgische getrouwd is en al vele jaren in ons land woont, is zowat de veteraan van de oorlogsjournalistiek in de Lage Landen. Sinds hij in 1981 op bezoek ging bij de guerrillero's in El Salvador, bezocht hij meer dan dertig conflictgebieden. Op zijn eentje, met enkele zelfgekozen helpers: hij haat embedded journalistiek. In de eerste vijf maanden van dit jaar was Karskens al in Jemen, Kasjmir en Myanmar (ex-Birma). Tips over hoe te overleven vraagt hij al lang niet meer, hij gééft ze: onder meer in het boek 'Reizen langs de frontlijn: Een overlevingshandboek voor journalisten, hulpverleners en avonturiers'.
Toch geeft ook hij grif toe dat de wonderformule bestaat uit 'één derde voorbereiding, één derde fingerspitzengefühl en één derde pure mazzel'. In Uganda zat hij in een legerhelikopter, toen een groep vluchtende rebellen het struikgewas in brand stak. Gevangen in de rook, raakte de piloot met de staart van de helikopter een hoge boom en het toestel stortte neer. 'Balans: één dode, enkele zwaargewonden. Ik had alleen wat schaafwonden. Omdat de piloot tijdig de motor uitzette, waardoor we niet ontploften.'
Een andere keer werd hij in Bagdad omsingeld door een groepje aanhangers van de afgezette Saddam Hoessein. 'Die wilden me opblazen met een granaatwerper. Een Iraakse medewerker heeft toen op hen ingepraat, hen gesmeekt dat ik een onafhankelijk journalist ben en dat ze me moesten laten gaan. Blij dat ze hem geloofd hebben.'
Aan afbouwen denkt Karskens nog lang niet. 'Mijn drie tienerkinderen zijn inmiddels tieners, en op mijn 55ste ben ik aan mijn topjaren als oorlogscorrespondent toe. Ik ben fysiek nog oké en ik heb tonnen ervaring: ik weet hoe ik in leven moet blijven, en ik laat me niet meer inpakken door de pr- machine van defensie. Bovendien staat er niemand klaar om mijn rol als waakhond in Afghanistan over te nemen. En dus is het mijn plicht dit nog even te doen.'
Bron: De Standaard