'Doodjammer dat ik Bangkok gemist heb'

Meer dan vijftig doden vielen er deze week in het conflict tussen de Thaise overheid en de protesterende roodhemden. Een van hen was een Italiaanse fotograaf. Ook Volkskrant-correspondent Michel Maas pakte een kogel tussen de ribben, en drie andere journalisten werden zwaar gewond. Namen ze te grote risico's, of horen die gewoon bij dit werk?

Tom Van de Weghe (35), VRT-correspondent in het Verre Oosten, heeft in China al in de gevangenis gezeten, en is in elkaar geslagen door een bende: een groentje is hij al lang niet meer. Toch had het weekje Bangkok iets van een overgangsritueel naar de liga van de grote jongens. 'Het was heavy', zegt hij aan de telefoon, kort na zijn terugkeer thuis in Peking. 'Mijn respect voor oorlogsverslaggevers is sterk gegroeid. Ik ben bang geweest. Het verbaast me niets dat er journalisten werden doodgeschoten. Het had ons net zo goed kunnen overkomen.'

Want al is er geen sprake van een regelrechte oorlog, het risico voor de pers was in jaren niet meer zo groot. De doodgeschoten Fabio Polenghi (45) was een ervaren fotoreporter, die al drie maanden aan de slag was in Thailand. Hetzelfde geldt voor de Nederlander Michel Maas, wiens laconieke 'au, I'm hit' u wellicht op de radio hebt gehoord. De kogel bleef gelukkig steken tussen zijn ribben. En ook een cameraman van een Frans tv-station en twee Thaise fotografen werden ernstig gewond.

'Voor mij was dit nieuw', zegt Van de Weghe. 'Maar mijn cameraploeg bestond uit jongens die al jaren met Rudi Vranckx werken. Die hebben tonnen ervaring in Irak en Afghanistan, en ook voor hen was dit erger dan ooit. Een stadsguerilla met sluipschutters op de daken: alsof je een westernstadje binnenloopt en weet dat de schoten opeens van alle kanten kunnen komen. We kregen orders uit Brussel: ga niet tot het uiterste voor exclusieve beelden, dat is het niet waard.

Maar die cameramannen zijn zeer gedreven. Ze zeiden tegen mij: jij blijft hier schuilen, terwijl wij daar snel wat beelden draaien.' 'De sfeer was uiterst gespannen. Als je fixer (lokale adviseur) zegt dat hij wel in de auto blijft wachten, en de politie zegt dat je beter niet verder gaat, maar je doet dat toch, dan is dat uiterst onveilig. Als je dan door barricades van drie meter hoog gaat om naar de kant van de roodhemden te gaan, en ze zeggen 'snel, aan de kant' omdat er gisteren nog maar vier mensen zijn neergeknald door sluipschutters op die plaats, dan is dat doodeng. Wij bleven ook niet hangen, zoals je voor een andere reportage zou doen. Ik maakte mijn statement, we draaiden wat beelden, en binnen het uur waren we daar weg. Je moet het lot niet tarten.'

Frustratie

Ook door de wol geverfde oorlogscorrespondenten als cameraman Daniel Demoustier en reporter Arnold Karskens geven toe dat Bangkok er geen kattenpis uitziet op tv. Geen van beiden was nochtans van de partij. Karskens omdat hij vond dat hij er niets kon gaan doen. 'Er was al zo veel pers daar, wat kon ik nog toevoegen?'

Maar Demoustier gloeit van frustratie dat hij er niet bij was. 'Het is mijn maand niet. Eerst viel een reportage in Kandahar in het water: in het enige hotel waar ik kon logeren, protesteerden de Afghaanse journalisten tegen mijn komst omdat ze dan helemaal een doelwit voor aanslagen worden. En dus nam ik maar een weekje vakantie, en daardoor miste ik de uitslaande brand in Bangkok. Dat vind ik doodjammer, ja. Dit soort werk is nu eenmaal mijn specialisme. Ik ben hier goed in, en ik vraag ook om naar zulke gebieden te worden gestuurd.'

Zijn oorlogscorrespondenten dan echt kick-verslaafde macho's? Demoustier is nochtans getrouwd en heeft kinderen, net als Karskens. Zelfmoordneigingen heeft geen van hen. En ook Michel Maas niet.

Demoustier en Karskens kennen hun Nederlandse collega wel, al van in Kosovo in de jaren negentig. 'Ervaren man, weet wat hij doet', zegt Demoustier. 'Maar ook moedig', zegt Karstens. 'Michel loopt niet weg als het erom spant.'

Karskens vindt de tol van Bangkok nog meevallen. 'Zwaar geweld aan beide kanten - de regeringstroepen schoten met oorlogswapens, de roodhemden keerden zich tegen de journalisten - en dat op een zo beperkte ruimte: dit had erger kunnen aflopen. Maar het stoort me dat er nu gefluisterd wordt over cowboygedrag. Het zijn gewoon professionals. Wie rondloopt op zo'n plaats, neemt het risico neergeschoten te worden: kogels reiken nu eenmaal ver. Maar dat risico is niet onverantwoord. Journalisten zijn de ogen van de wereld. Ik heb het niet alleen over de informatietaak. Er is ook de waarnemingsfunctie: door de aanwezigheid van buitenlandse pers moeten leger en politie zich toch een beetje inhouden bij zo'n opruimactie. Wie weet wat een bloedbad het anders was geworden?'

Ook Demoustier ontkent dat hij het doet om de kick van het gevaar. 'Het gaat me om de kracht van het verhaal. Straks ga ik naar het bezoek van Cameron aan Sarkozy op het Elysée. Wat een bullshit. Het echte werk, dat is Haïti, Bangkok,... En als daar gevaar bij komt kijken, tant pis. Ik heb dat er voor over, maar dat wil nog niet zeggen dat ik er op kick.'

'Ik weet wat bang zijn is, en het is niet prettig. Bombardementen, dat went. Maar in Irak of Afghanistan draag je iedere seconde de angst met je mee dat je ontvoerd kan worden. In Afghanistan tot daar aan toe, daar doen ze het voor geld. Maar in Irak snijden ze je de keel over.'

Arkan-tijgers

Demoustier overleefde miraculeus een schietpartij op weg naar Basra (lees hiernaast), en dacht ook in Kosovo ooit dat het allemaal voorbij was. 'Toen de Navo-campagne begon, logeerden we met tien à vijftien westerse journalisten in het Grand Hotel, hoofdkwartier van de beruchte Servische leider Arkan. De Arkan-tijgers - vreselijke schurken - hielden daar lelijk huis. Ik verstopte me, maar ze vonden me. Ze hebben me toen ondersteboven, aan mijn voeten, uit het venster gehangen op de tiende verdieping. Ik wist niet of ze me wilden laten vallen of niet. Ik moest kijken naar onze auto's die wat verder stonden, en die ze met handgranaten lieten ontploffen. Toen hesen ze me gemeen grijnzend weer naar binnen.'

Iedereen is het erover eens: cameramannen hebben een nog veel gevaarlijkere job dan verslaggevers. 'Een reporter die een goed verslag wil maken, kan het een beetje van opzij gade slaan', zegt Demoustier. 'Een cameraman moet in het oog van de storm. Je relatie met gevaar is heel dubbelzinnig. Zo waren we eens een Britse voetpatrouille aan het volgen in Irak, toen net voor ons een bom ontplofte. Ik had de explosie in beeld. We glunderden naar elkaar, waar een normaal mens in shock zou zijn. Je hebt beeld nodig. En dus hóóp je dat je beschoten gaat worden, want dan heb je het beste materiaal.'

Reporters en cameramensen in conflictgebieden lopen gevaar, maar wat kunnen ze doen om de risico's te beperken? Minder ervaren journalisten haken het liefst hun karretje aan bij een grotere organisatie - ofwel bij een tv-ploeg, ofwel echt embedded met het leger mee, al verliezen ze zo een stuk onafhankelijkheid. Maar ervaren oorlogscorrespondenten doppen liever hun eigen boontjes.

'Je kunt als cameraman uiteraard niet op je eentje op pad gaan', zegt Demoustier. 'Je hebt iemand nodig die voor je rondkijkt, terwijl je aan het filmen bent. Ik heb liefst iemand die ik door en door ken, waarvan ik weet dat die ogen in zijn hoofd heeft en gevaar kan inschatten. Daarnaast heb je iemand nodig van ter plaatse, die de taal spreekt en weet wie wie is in het conflict en welke wijken er gevaarlijk zijn.'

Kameleon

Veiligheid in conflictgebieden is big business geworden. Militairen van special forces kunnen vaak al op hun 45ste met pensioen. Die gaan dan grof geld verdienen met het beveiligen van journalisten en andere burgers, aan duizenden dollars per dag. Demoustier: 'Er bestaat een firma met 3700 mensen in dienst: die regelen, als je dat wilt, niet alleen je beveiliging maar ook je auto, tolk, zelfs het videowerk. Een gevaarlijke tendens. Die bedrijven hebben er immers belang bij om de gevaren van de regio uit te vergroten. Zo krijgen ook de nieuwsconsumenten een vertekend beeld.'

Demoustier gebruikt die security-diensten niet, Karskens evenmin. 'Ik deed dit vak al toen sommige van die instructeurs nog geboren moesten worden', zegt de Nederlander.'Bovendien heb ik geen zin om in een konvooi van gepantserde wagens rond te rijden. Laat mij maar individueel mijn gang gaan. Ik draag een colbertje als ik in Bagdad rondloop, en een tulband als ik naar het zuiden van Irak trek. Ik ben een kameleon. Zo voel ik me veiliger dan in een gepantserde auto.'

Klootzakje

Rondrijden met PERS op je auto is tegenwoordig ook geen goed idee meer. Het respect daarvoor is verdwenen. 'Toch blijft het belangrijk dat ze je niet per ongeluk voor een strijder van de tegenpartij aanzien', zegt Demoustier. Daarom heb ik zo'n hekel aan journalisten die gewapend rondlopen. Bij Fox News hadden ze zo'n klootzakje dat in Afghanistan stand-upverslagen deed met een geweer aan zijn heup. Die had dan nog het lef zichzelf uit te nodigen op ons feestje in de hotelbar. Ik heb hem er toen uitgeslagen. De idioot!'

Ook peperdure trainingskampen in Engeland of Duitsland vindt Karstens onzin. Hij heeft zelf een boek met tips voor oorlogsverslaggevers geschreven, gebaseerd op eigen jarenlange ervaring. Demoustier is iets minder sceptisch. 'Uiteraard is gezond verstand belangrijk, maar het is ook flauw die opleidingen als nutteloos af te doen. Je leert er bijvoorbeeld eerste hulp in een vijandige omgeving. In zo'n conflictsituatie kun je niet op een ambulance rekenen. Dan komt een essentiële medische kennis goed uit, voor jezelf of voor mensen in je buurt. Ook interessant is dat je louter op gehoor verschillende soorten ontploffingen leert te onderscheiden' De jongste jaren hebben ook VRT-mensen als Rudi Vranckx en Peter Verlinden zo'n opleiding gevolgd. Tom van de Weghe binnenkort ook.

Peperdure premies

En wat als het dan toch mis gaat? Hoe goed zijn journalisten eigenlijk verzekerd tegen invaliditeit of overlijden? Het probleem aan grote risico's is dat ze om grote premies vragen. 'Internationale persbureaus en tv-zenders kunnen zich veroorloven een vaste levensverzekering af te sluiten voor journalisten in oorlogsgebied', zegt Peter Boon, personeelsmanager bij de Standaard en het Nieuwsblad. 'Voor kranten op een relatief kleine markt als de Vlaamse is dat niet te betalen. Wij hebben wel onze normale verzekeringen, maar die gelden niet voor oorlogsgebied. Om daar iemand heen te sturen, moeten we dus een aparte polis afsluiten en die zijn duur. Daar komt het menselijke aspect bij dat je iemands leven op het spel zet. Het gevolg is dat wij wel nog eigen mensen sturen naar Haïti of Congo, maar dat we twee keer nadenken voor we eigen mensen naar een oorlogszone laten gaan.'

Daniel Demoustier bevestigt dat de premies peperduur zijn. 'Mijn werkgever ITM sluit geen verzekeringen meer af voor oorlogsgebieden. Volledige oorlogsverzekering voor veertig tot vijftig mensen, is onbetaalbaar. Ze betalen liever zelf uit wanneer er iets gebeurt. Ik heb er vertrouwen in dat ze hun verbintenissen nakomen als ik zwaargewond raak of sterf. Ik heb gezien hoe netjes ze dat financieel hebben afgehandeld met mijn makkers die in Irak zijn gestorven.'

Arnold Karskens is wel volledig verzekerd door zijn krant, de Nederlandse gratis krant De Pers. 'Als ik omkom, trekken mijn vrouw en kinderen van die verzekering ongeveer een half miljoen euro. Dat stelt me gerust. Onverzekerd zou ik het niet meer doen.'

Demoustiers kinderen zijn nog jong: 15, 10 en 4 jaar. 'Ze zijn dat gewend, dat papa weer eens naar Afghanistan vertrekt. Ik vertel hen natuurlijk ook niet alle details over de gevaren.' Hij beseft nochtans dat hij al veel geluk heeft gehad, en dat het ooit op kan zijn. 'Ik denk dan aan een vliegtuig- of auto-ongeval: je rijdt in dit vak te vaak over onveilige wegen met krankzinnige chauffeurs achter het stuur. Maar wat moet ik anders doen? Ik ben 48 jaar. Risicopremies heb ik nooit ontvangen, ik heb geen spaarpotje. Moet ik cameraman worden voor Tien om te zien? Dit is een goed, spannend leven. Dat vind ik onbetaalbaar.'

Plicht

Karskens voegt een scheut idealisme aan toe. 'Ik vind het mijn verdomde journalistieke plicht dit werk te doen. Ik reis rond in de Afghaanse provincie Uruzgan, om te onderzoeken of het Nederlandse leger er zich fatsoenlijk gedraagt. Onlangs vielen er doden bij een beschieting door een Nederlandse helikopter. Officieel waren de slachtoffers Taliban, maar naar ik verneem waren er ook een vrouw en een kind bij. Door mijn werk wordt dat nu verder onderzocht. Als je militairen uitstuurt op een buitenlandse missie, dan horen daar ook journalisten bij die controleren of je je boekje niet te buiten gaat. Dat is zo bij het Amerikaanse leger, en ik doe het voor het Nederlandse. Ik ben de enige.'

Bron:De Standaard