Mijn foto

Copyright:Herwin Heyman

Verslaggeving zonder sensatie

Symposium: rampen en slachtoffers (11-6-2008)

Hoe benadert een journalist het best een slachtoffer en hoe brengt hij verslag uit over een ramp zonder sensatie te zoeken? Hoe ga je om met slachtoffers van een ontvoering of een gijzeling en waar moet je in de reportage rekening mee houden?

Dit en nog andere vragen kwamen aan bod op een druk bijgewoonde studiedag rond “Rampen, media en slachtoffers”, georganiseerd door het Croix Rouge op 11 juni 2008 in het Brusselse Résidence Palace.

Het symposium liet een aantal specialisten aan het woord die heel concreet hun stand naar voren brachten.

Benoît Ramacker, van het ministerie van Binnenlandse Zaken legde uit hoe rampenplannen opgesteld worden, welke maatregelen er globaal genomen worden en tot wie men zich op de verschillende niveau’s moet richten. Binnenlandse Zaken heeft sinds enige tijd modelakkoorden afgesloten met bepaalde media omtrent het verschaffen van inlichtingen en kanalen gecreeërd om zo goed mogelijk op de vragen van burgers te kunnen antwoorden.

De gasramp van Gellingen (30 juli 2004) is een van die grote rampen die voor altijd in het geheugen van de mensen geprent zijn omwille van het grote aantal doden (24) en gewonden (132). Marcel Leroy, oud-journalist bij Le Soir vertelde met heel veel respect over de veerkracht en het doorzettingsvermogen van de overlevenden van de gasramp in Gellingen. Het resultaat van die interviews heeft hij neergescheven in het boek “Gislenghien, tu te souviens?” Hij doet het hele verhaal aan de hand van interviews met Stéphane Delfosse, politieagent en verbrand over 70 % van zijn lichaam. ”Ik heb tientallen gesprekken met hem gevoerd en ben met hem naar de plaats van de ramp geweest. Het was zeer pijnlijk allemaal. Een van de eerste dagen is Stephane in elkaar gestort en hij begon te wenen. Ik zei hem dat hij niet verder hoefde te gaan. Maar hij keek mij alleen maar aan en zei “Het zal wel gaan.”

Maar bij zulke indringende reportages wordt vaak vergeten dat een journalist ook maar een mens is, die geraakt kan worden door de verhalen van anderen, door wat hij ziet, hoort, ruikt en meemaakt. Daarover ging de bijdrage van Gavin Rees, directeur van het Dart Center Europe. “Veel journalisten die traumatische situaties hebben meegemaakt stellen ons de vraag “Wat voor zin heeft het om daarover te berichten?” Soms begrijpen ze zelf niet wat ze hebben meegemaakt. Daarom is het belangrijk om op de redactie een morele weerstand tegen ongelukken en rampen op te bouwen. Optimisme, waardering voor het werk van de journalisten, fysiek welbevinden en training zijn al enkele manieren om die weerstand te verhogen.”

David Handschuh is een van heldhaftige fotografen die op 11 november 2001 in New York de reddingswerkers op de voet volgde. “Ik maakte aanstalten om 11 brandweermannen te volgen die de zuidertoren binnengingen. En toen stortte hij in. Ik werd bedolven onder het puin en pas na een tijd gered kon ik worden gered. Nadien heeft het mij veel moeite gekost om mijn leven opnieuw te hervatten. Ik dacht voortdurend aan sterven. Ik was een van de overlevenden van een terroristische aanval. Hoe ik mijzelf als slachtoffer beschouwde was belangrijk voor de manier hoe ik wou verder leven.” Wat David Handschuh recht hield was het besef dat wat hij deed belangrijk was. “De laatste foto’s die ik nam van de instortende torens waren enorm belangrijk,” zegt hij. “Wij waren op dat ogenblik de ogen van de natie.”

Na een gijzelingsactie waarbij ze vier maanden lang gegijzeld werd, schoolde de Franse Marie Moarbes zich om van communicatiespecialiste tot psychologe. Zij heeft zo haar twijfels over de manier waarop gegijzelden behandeld worden door de media: “Enerzijds was het goed dat de pers zoveel aandacht had voor ons slachtoffers. Maar anderzijds werden we teveel in onze rol van slachtoffer gedrukt, zelfs jaren na de feiten. We werden als het ware gevangen gehouden door de beelden die anderen van ons hadden.“

Vincent Magos, psychanalist en coördinator van slachtofferhulp bij de Franstalige Gemeenschap ziet daarom weinig heil in het in contact brengen van slachtoffers met de media. “Het hangt allemaal af van hoe ze het verhaal vertellen, in welke context en hoe ze de foto’s encadreren. Je moet goede afspraken maken met de pers, zoniet riskeer je revictimisatie.”

Deze uitspraak leverde meteen stof voor discussie. Reportages over rampen en slachtoffers lagen echt niet zo eenvoudig.