Gevangenisrapport van CPJ 2009
45 procent van alle journalisten die wereldwijd gevangen zitten zijn freelancers, zegt het Committee to Protect Journalists in zijn jaarrapport over journalisten in de gevangenis. Op 1 december 2009 zaten maar liefst 136 reporters, redacteurs en fotagrafen achter de tralies. Dat is 11 meer dan in 2008. Voor Iran alleen al staat de teller op 23.
In China zitten nog steeds de meeste journalisten gevangen, voor het 11de opeenvolgende jaar al. Iran, Cuba, Eritrea en Birma ronden de top vijf af van de 26 landen die journalisten opsluiten.
Trends
Er worden nu minstens 60 journalisten vastgehouden wereldwijd, bijna het dubbele van drie jaar geleden.Onderzoek van CPJ heeft uitgewezen dat het aantal gevangen journalisten twee trends volgt.
Het internet heeft journalisten de mogelijkheid gegeven om zelf te publiceren en nogal wat organisaties die kosten willen besparen steunen vooral op freelancers in plaats van hun eigen redacteurs voor internationale verslaggeving.
Freelance journalisten kunnen bijzonder gemakkelijk in de gevangenis belanden omdat ze de financiële steun missen die wel aan aan de eigen staf wordt gegeven.
“De tijd dag journalisten gevaarlijke opdrachten gingen vervullen terwijl ze zich gesteund wisten door hun redactie is voorgoed achter de rug”, zgt CPJ directeur Joel Simon. “De dag van vandaag moeten journalisten onafhankelijk kunnen werken. De opkomst van het internet heeft de deur opengezet voor een nieuwe generatie journalisten, maar het betekent ook dat ze kwetsbaar zijn.”
Stijging
Het aantal online journalisten dat in de gevangenis belandt is al een tiental jaren aan het stijgen, aldus CPJ. Tenminste 68 bloggers, internetjournalisten en online redacteurs werden al opgesloten en vormen de helft van alle journalisten in de gevangenis. Journalisten en redacteurs van de geschreven pers en fotografen zijn de volgende categorie met 51 gevallen in 2009. Televisie-en radiojournalisten en documentaire makers vormen de rest.
Willekeur
Heel vaak gebruikt men staatsgevaarlijke redenen zoals het aanzetten tot een opstand als voorwendsel om journalisten op te sluiten, maar CPJ ondervond ook een alarmerende stijging in de gevallen waarin de regering de rechtspraak negeert en geen enkele enkele klacht indient. In 39 gevallen werden geen enkele beschuldigingen geuit. Deze taktiek wordt op grote schaal toegepast in landen als Eritrea, Iran en de Verenigde Staten.
Zonder de wettelijke bescherming van formele beschuldigingen of rechtspraak worden tenminste 20 van deze journalisten vastgehouden op geheime locaties. Een aantal van hen worden vastgehouden in een gevangenis van de Eritrese regering die weigert om zelfs maar te bevestigen of de gevangenen nog in leven zijn of niet. Niet bevestigde rapporten hebben gezegd dat drie journalisten die vastgehouden werden in Eritrea zouden gestorven zijn in de gevangenis. Het CPJ vermeldt deze journalisten op haar lijst omdat ze de regering verantwoordelijk stelt voor hun lot.
Het aantal journalisten dat in China wordt vastgehouden is wel gedaald de voorbije jaren, maar met 24 journalisten in de gevangenis behoort China tot één van de slechtste leerlingen in de klas. Onder de journalisten bevinden zich 22 freelance journalisten. Onder hen bevindt zich ook Dhondup Wangchen, een documentaire maker die in 2008 in de gevangenis werd gegooid nadat hij een filmpje over Tibet naar overzeese collega’s had gestuurd. Het 25 minuten durende filmpje (Leaving Fear Behind) laat Tibetanen aan het woord die vrij spreken over de Chinese overheersing. Politici van Xinin in de provincie Qinghai beschuldigden de documentairemaker ervan om verdeeldheid te zaaien.
De meeste journalisten in Iran werden de gevangenis ingedraaid in de nasleep van de verkiezingen. De helft van hen waren internetjournalisten. Eén van hen was Fariba Pajooh, een freelance journaliste die zowel online, voor een krant als voor de radio werkte. Radio France International vertelde dat ze beschuldigd werd van “propaganda tegen het regime” en dat ze gedwongen werd een valse bekentenis af te leggen.
“Nog niet zo lang geleden had Iran een levendige persgemeenschap, zegt directeur Simon van CPJ. “Toen de regering journalisten ging vervolgen, vluchtten de meeste journalisten online waardoor de blogs in het Farsi een sterke stijging kenden. Maar nu de beste journalisten zich in de gevangenis bevinden, is het publieke debat van de pro-democratische beweging het zwijgen opgelegd.
In Cuba, zitten momenteel 22 schrijvers en journalisten in de gevangenis.Allemaal behalve twee werden ze opgepakt tijdens de razzia’s tegen de onafhankelijke pers in 2003. Velen van hen zijn er slecht aan toe.
De Verenigde Staten houdt freelance fotograaf Ibrahim Jassam zonder enige vorm van beschuldiging vast in Irak en staat daarom al voor het zesde opeenvolgende jaar in de CPJ lijst. In die zes jaar hebben de Amerikaanse militaire autoriteiten al ontelbare journalisten opgesloten in Irak -sommigen voor enkele dagen, anderen voor telkens een maand- zonder enige beschuldiging of vorm van proces. Maar de twee laatste jaren gebeurde dit minder frequent.
Het CPJ vindt niet dat journalisten moeten gevangen gezet worden omdat ze hun werk doen. De organisatie heeft brieven gestuurd naar elk land dat journalisten gevangen houdt. Verleden jaar heeft het CPJ op die manier minstens 45 journalisten vrijgekregen.
Journalisten die ofwel verdwenen of ontvoerd zijn door rebellen, criminele bendes of militante groepen komen niet op de lijst. Zij worden geklasseerd als “vermist” of “ontvoerd”.
Bron: CPJ