Trauma bij de families van de dader en de slachtoffers
De moorden die Ronald Janssen gepleegd heeft hebben een groot deel van Vlaanderen geschokt. Er waren de dubbelmoord op Kevin Pauwels en Shana Appeltans en de moord op Annick Van Uytsel. Veertien dagen na de moord op Kevin Pauwels en Shana Appeltans stond de moordenaar alweer les te geven in de Sint-Martinusschool in Herk-de-stad. De leerlingen en leraars van de school worden bijgestaan door medewerkers van het Vrije Centrum voor Leerlingenbegeleiding (VCLB) West-Limburg. Maar de klap is het grootst voor de nabestaanden van de slachtoffers, maar ook van de moordenaar. Die worden bijgestaan door het Centrum Algemene Welzijnszorg (CAW) Sonar in Hasselt.
‘De eerste crisishulp is verleend door de politiediensten’, zegt Kris Vanderhoydonck van het CAW. ‘Die bijstand is vooral praktisch, informatief. We stellen vast dat de nabestaanden er meteen na de feiten nog niet aan toe zijn om stil te staan bij zichzelf en de mogelijke verwerking van het gebeuren. ‘In dat geval legt de politie hen wel uit waar ze ergens terecht kunnen.
“De nabestaanden kunnen een document invullen en ondertekenen”, verduidelijkt Goedele Ceunen van het CAW. ‘Dat wordt ons bezorgd en dan nemen wij binnen de vijf werkdagen contact op.’De CAW’s nemen al sowieso contact op na de begrafenis. “Tot die tijd worden de nabestaanden overspoeld door mensen. Wij bieden onze hulp aan als de grote drukte voorbij is. Als er eerder een hulpvraag komt, gaan we er wel op in’, aldus Ceunen.
CAW Sonar staat zowel nabestaanden van slachtoffers als daders bij. Voor de slachtofferhulp zijn er acht medewerkers, voornamelijk maatschappelijk werkers. Voor het zogenaamde justitiële welzijnswerk, waar de bijstand van de gedetineerden onder valt, in dit geval de kinderen en familieleden van Ronald Janssen, zijn dat er twee. Wie naasten van slachtoffers helpt, helpt nooit verwanten van de dader(s) in hetzelfde dossier.
‘In de eerste plaats stellen we mensen voor om te praten’, zegt Goedele Ceunen. ‘De nadruk ligt op emotionele ondersteuning en rouwverwerking. De wereld van de mensen ligt aan diggelen. We helpen slachtoffers om de puzzelstukjes weer samen te leggen. We benadrukken altijd dat wat ze in die eerste periode voelen, heel normaal is. Ze vragen zich af of ze gek worden, ze wisten niet dat ze zo kwaad konden zijn, zo konden roepen op mensen.’
De hulpverlening van het CAW is ambulant; de medewerkers zoeken de nabestaanden thuis op. Er staat geen tijdslimiet op de bijstand. Bij gruweldaden als de dubbelmoord in Loksbergen kan die jaren duren. Bij jonge kinderen ligt de nadruk minder op gesprekken, zegt Ceunen. ‘Bij hen werken we vaak creatief. We laten hen knutselen, tekenen. We doen buiten een sneeuwballengevecht, zodat ze wat agressie kwijt kunnen.’
Door de krappe bezetting moeten er soms wel keuzes gemaakt worden. ‘Onze eerste aandacht gaat uit naar ouders, grootouders en kinderen. Voor anderen wordt eerst gekeken in welke mate ze al steun vinden in eigen omgeving. Maar niemand wordt uitgesloten, aldus Kris Vanderhoydonck. Als het CAW zelf op zijn grenzen botst, wordt doorverwezen naar onder meer de centra geestelijke gezondheidszorg.
Bron: De Standaard