Overlevenden vertellen hartverscheurende verhalen

Haruni Watanabe van het kuststadje Shintona kon nog net haar ouders toeroepen dat ze tesamen moesten blijven, toen de vloedgolven door de ramen hun huis brak en het huis overspoeld werd door water, modder en wrakhout.
Toen een half uur vroeger de eerst aardbeving door de stad golfde, sloot ze direct haar winkel en reed onmiddellijk naar het huis van haar ouders. “Maar ik kreeg de tijd niet om ze te redden”, vertelt ze.” Ze waren te oud en te zwak om te lopen en ik kreeg ze niet op tijd in de auto.”
Ze waren in de huiskamer toen de vloedgolf toesloeg. Ze greep nog hun handen, maar door de kracht van de golf moest ze loslaten. “Ik kan niet ademen”, hoorde ze nog roepen, voor de golf hen opnam.
En dan moest ze zelf voor haar leven vechten. “Ik klom op de meubels, maar het water reikte al gauw tot mijn nek. Er bleef alleen een smalle strook lucht over onder het plafond. Ik dacht dat ik ging sterven.”
Watanabe is een van de weinige bewoners van Shintona die eerst de aardbeving overleefde en vervolgens de tsunami die ongewoon hard toesloeg. De baai ligt vol auto’s, beton en halfgezonken huizen die uit hun betonnen funderingen gerukt zijn. De spoorlijn is uitgerukt en ligt vertikaal ineengewrongen zoals een hek. Auto’s en motorfietsen zijn zo nonchalant neergesmeten dat sommigen voorzichtig balanceren op hun dak of een bumper.
Terwijl hulpverleners en helicopters die gehuurd zijn door journalisten over hun hoofden zweven, zitten de getroffen te snikken langs de kant van de weg. De lucht ruikt naar verrotting en rampen.