Een inferno van metaal

Eerst was er die klap, dan een vreselijk lawaai. Met de sneeuw daalde de stilte over Buizingen. En dan het geschreeuw. Reizigers klauteren in paniek uit het verhakkeld metaal. Mensen met snijwonden aan de handen, bebloede hoofden, gescheurde jeans, sommigen hinkend. Een man die een kind in een jas gewikkeld draagt.

Het turncentrum Start 65 in Buizingen ligt op enkele honderden meters van de plaats waar het ongeval gebeurde en is tijdelijk als een medische voorpost ingericht.

De reizigers van de ramptreinen zijn via ladders over de betonnen muur die het spoor afschermt - en gisteren een serieus obstakel vormde - gehesen en ze krijgen nu de eerste verzorging in het turncentrum. Wie niet gewond is mag met bussen naar Halle of Brussel doorreizen. Sommigen bellen familie op. Wie toch zwaarder gewond blijkt wordt met een ambulance naar het ziekenhuis gevoerd. De ziekenwagens rijden af en aan. De meeste mensen staan er lijkbleek bij, sommigen huilen, andere staren wezenloos voor zich uit.

Een wenende vrouw komt in paniek toegelopen. 'Waar is mijn man? Hij was toch hier?' De man komt buiten, het gehavende hoofd ingepakt in windsels, de trui bebloed, gsm aan het oor gekleefd. Ze kussen vluchtig. 'Het was horrible. Vraag mij niet te vertellen wat er gebeurd is, ik weet het niet. Er was die enorme klap en dan dat moment dat een eeuwigheid leek te duren. Le cauchemar. Een nachtmerrie. Ik ben gewond maar het is een oppervlakkige wonde. Ik mag nog niet klagen.'

Buizingen wereldnieuws

Een vrouw staat als aan de grond genageld langs de straat te wachten, haast helemaal verdwaasd. 'Het was een schok,' vertelt ze met zachte stem. 'Ik zat in de wagon net na het motorrijtuig. Ik ben van mijn stoel gevallen. We kregen de deuren niet open. Maar de mensen hielpen elkaar. Ik heb slechts lichte pijn. Ik wil nu snel naar huis, mijn man komt me oppikken.'

Stationschef slachtoffer

De journalisten kloppen ook aan bij Johnny Laeremans. Die woont de straat die aan de plaats van de ramp grenst. Zijn tuintje kijkt haast uit op de catastrofe. 'Ik moet de eerste zijn die het gehoord heeft', zegt Johnny. 'Wij dachten aan een explosie. Mijn dochtertje zag het gebeuren: papa, een treinbotsing! Ik heb direct de nooddiensten gebeld. Ik zag gewonde mensen in de trein klem zitten, ze konden er niet uit. En ik kon er niet bij om te helpen, want er staat hier een hoge betonnen muur.'

Aan het sportcentrum De Bres in Halle worden familieleden die op zoek zijn naar vermiste of gewonde verwanten opgevangen. Zo ook Ria Spiessens en haar gezin die bang op zoek zijn naar informatie over haar tachtigjarige vader, Luciaan. 'Hij wilde in Halle gaan winkelen. Na de klap slaagde hij er nog in om ons met zijn gsm te bellen. Hij klaagde over rugpijn en een bloedende wonde aan zijn gezicht. Hij had klem gezeten. De brandweer heeft hem verlost. Maar hij was al bij al nog oké. Een opluchting voor ons maar we willen hem toch snel zien.'

In De Bres worden ze niet veel wijzer. 'Niemand kan zeggen in welk ziekenhuis hij ligt. We blijven zoeken.' De wrede ironie wil dat Luciaan een echte man van de spoorwegen was. Hij is stationschef geweest in het station van Buizingen, vlakbij de ramp.

Geen scholieren

Op een persconferentie in het Halse stadhuis treffen we een aangeslagen trio. Marc Descheemaecker, topman van de NMBS, Luc Lallemand, zijn evenknie bij spoornetwerkbeheerder Infrabel, en de bevoegde minister, Inge Vervotte (CD&V), hebben een bezoek gebracht aan de plaats van de ramp en zijn zwaar onder de indruk. Er zaten zowat driehonderd mensen op de twee treinen. 'Door de krokusvakantie waren er geen scholieren aan boord. Anders was de dodelijke tol wellicht nog groter geweest.'

Ze worden bestookt met precieze vragen naar de oorzaken van het ongeval maar gaan daar niet op in. 'Wij betreuren dat er voorbarige en foutieve informatie verspreid is over het aantal slachtoffers', zegt Vervotte. 'De hulpdiensten en de identificatieteams van de federale politie zijn nog aan het werk in het wrak. We begrijpen dat iedereen wil weten wat er gebeurd is, maar we vragen geduld. Laat het onderzoek zijn gang gaan.'

Bron: Het Nieuwsblad