Een verschrikkelijke reportage
Trauma door kinderleed
Roularta-journaliste Jennie Vanlerberghe is sinds 1991 vaak in conflictzones te vinden. Ellende is een deel van haar werk, maar het verschrikkelijkste dat ze ooit meemaakte was een besnijdenis van een vierjarige kleuter in Kismayo, Somalië.
“De besnijdenis werd uitgevoerd door een oudere vrouw die speciaal naar het dorpje was gekomen. Dat ging gepaard met een heleboel ceremonieel. Daarna zette de moeder van het kleine meisje zich met haar benen gespreid op de grond. Daarop werden de benen van de kleuter vastgebonden, zo ver mogelijk opengesperd. Het kindje raakte helemaal in paniek. De moeder probeerde haar dochter gerust te stellen door haar te strelen. Toen begon die oude vrouw te snijden. Het geschreeuw van het meisje ging door merg en been. Ze had geen verdoving gekregen tegen de pijn. De clitoris werd achteloos op de grond gegooid. Dan volgden de binnenste en de buitenste schaamlippen. Er lagen een aantal grote doornen klaar en de vrouw stak die doornen door het vlees om de wonde dicht te houden. Het gehuil van het kindje hield maar niet op. Enkele andere vrouwen weenden ook. Toen de operatie achter de rug was, werd een dikker stokje tussen de beentjes gestoken om de vagina open te houden. Vervolgens werd het kind helemaal ingezwachteld. Zo moest zij veertien dagen blijven liggen tot de wonde geheeld was.
Ik had het verschrikkelijk moeilijk om mij goed te houden. Ze hadden er eigenlijk geen pottenkijkers bij gewild, dus moest ik mij zo onopvallend mogelijk gedragen. Mijn eerste reactie was mijn hoofd wegdraaien. Ik weet nog dat mijn vriendin die naast mij stond, nadien haar arm toonde. Ik had hem helemaal bont en blauw geknepen. Ik voelde een allesoverweldigende walging, ongeloof, haat tegen de moeder en hele gemeenschap die toestonden dat een dergelijk klein meisje zulke verschrikkelijke dingen werd aangedaan. En ik voelde onmacht omdat ik niet in staat was haar te helpen.
Die onmacht heb ik nadien nog vaak ervaren. Bij de vrouwen in Bosnië die alleen maar dienden voor het plezier van de soldaten en elke dag wel tien keer werden verkracht. Bij dat kleine meisje uit Split, 6 jaar oud, maar zo verschrikkelijk verkracht dat ze nooit meer kinderen zou krijgen.
En toch hoor je mij niet zeggen dat die vrouwen slachtoffers zijn. Als ik zie hoe al die geslagen vrouwen, weer rechtstaan, hun bezittingen bij elkaar nemen en hun leven weer oppakken, geeft mij dat de kracht om verder te gaan met mijn werk. Ik put moed uit de vriendschap met de mannen en vrouwen over wie ik schrijf.”