Een Mexicaanse journalist op de vlucht
Twee jaar woont onderzoeksjournalist Luis Horacio Najera nu al in Vancouver. Vaak is hij te vinden in de donkere straatjes van de buitenwijken waar hij met zijn kleine digitale Canon drugsdeal filmt of een slapende junkie in de buurt van een berg afval. Maar als hij Spaans hoort spreken is hij bijzonder alert. Het kunnen bendeleden zijn. En hij kan het weten.
Gedurende meer dan 20 jaar werkte Horacio voor een vooraanstaand krantenbedrijf, Grupo Reforma. Hij schreef over georganiseerde misdaad, illegale immigratie, wapensmokkel en corruptie door de politie. Maar ofschoon hij zijn artikels steevast ondertekende met “staff reporter” wist iedereen wie hij was.
Want anonimiteit in de krant is in Mexico niet direct een bescherming. Sinds 2006 werden in Mexico al 34 journalisten vermoord. In de Chihuahua provincie alleen al waren het er een half dozijn. Het zijn niet alleen de drug kartels voor wie men op zijn hoede moet zijn. De politie en de federalen zijn al even gevaarlijk.
Horacio had de rode lijn al meer dan eens overschreden. In augustus 2008 schreef hij een verhaal over een schietpartij in een rehabilitatiecentrum in Ciudad Juarez. “Het was een plaats waar gangsters nieuwe leden kwamen recruteren. En ook het leger en de federale politie waren er bij betrokken. De militairen en de bendes sloegen de handen in mekaar en wilden mij dood.”
Mediabedrijven in Mexico doen weinig of niets om hun personeel veilig te stellen. Bovendien moeten journalisten een document ondertekenen dat de bedrijven vrijwaart van elke verantwoordelijkheid indien ze worden gekwetst of gedood. Voor journalisten die zich bezighouden met misdaad is dat een zware last om te dragen.
Een betrouwbare bron vertelde Horacio dat hij op de dodenlijst stond. Een maand later stapten Horacio, zijn vrouw en drie kinderen over de grens met niet meer dan drie koffers en residen door naar Canada waar ze het vluchtelingenstatuut aanvroegen. Eerst vond hij het een laffe daad. Toen hij twee maanden later vernam dat een andere journalist op de zwarte lijst, Armando Rodriguez Carreon was doodgeschoten buiten zijn woning was hij ervan overtuigd dat hij juist gehandeld had.
Na 14 maanden zonder job, vond hij werk als portier en schoonmaker. Hij verdient 900 dollar per maand en betaalt 1100 dollar huur. Hij overleeft dankzij de hulp van vrienden en de Mormoons gemeenschap waar hij lid van is.
Hij hoopt binnenkort beter betaald werk te krijgen. Maar hij is gelukkig dat hij in Canada is. Minder dan 10 % van de Mexicanen die het vluchtelingenstatus aanvragen, krijgen het ook. Maar Horacio kon steunbrieven voorleggen van Reporters without Borders, het Committe to Protect Journalists, the Canadian Journalists for Free Expression, en zelfs een uitgever in Duitsland.
In zijn dossier van 900 bladzijden vertelde hij hoe zijn leven werd bedreigd. Hij werd niet alleen gevolgd, lastig gevallen en geďntimideerd. Ze hadden het ook voorzien op zijn vrouw. Een keer deed een chauffeur in een vrachtwagen die voor zijn huis geparkeerd stond, alsof hij hij een pistool afvuurde terwijl zijn vrouw langs de vrachtwagen liep.
Maar het meest schrikwekkende incident gebeurde met een vriend van hem Enrique Perea Quintanilla in augustus 2006. Ze hadden de gewoonte om mekaar te sms-en over verhalen die ze schreven. Op een dag stuurde Horacio een berichtje naar Perea. Enkele minuten later kreeg hij een onschuldig antwoord terug. Maar Horacio wist niet dat Perea toen al ontvoerd was door een bende. Die hadden zijn gsm in beslag genomen en antwoordden op sms-jes. Kort daarop werd Perea gedood. De moordenaars probeerden later de moord in de schoenen van Horacio te schuiven op basis van de berichtjes.