Ontbering en rouw bij slachtoffers L'Aquila
De aardbeving in L’Aquila heeft diepe wonden geslagen bij de inwoners van het klaine stadje. Maar ofschoon ze zowat alles hebben verloren zijn Rita Tichetti en haar familie blij dat ze leven. Tichetti heeft onderdak gevonden in één van de 200 tenten net buiten het dorp.
Terwijl haar kleinkinderen Maila (13), Asia (4) en Crystal (3) buiten spelen, vertelt Tichetti over het leven in het tentenkamp. “Crystal is ervan overtuigd dat de aardbeving haar fout was”, zegt ze.”Ze was ziek die nacht toen het stadje werd getroffen door de eerste aardbeving en ze denkt dat haar ziekte ermee te maken had.Haar zuster Aisa zat net in bad toen het huis getroffen werd door een eerste beving een paar uren voor de belangrijkste aardbeving. En nu durft ze zich niet meer te wassen. Ze panikeert wanneer we haar zeggen dat ze in bad moet.”
Heel wat kinderen van L’Aquila lijden onder dezelfde ervaring. Daarom hebben de autoriteiten 60 psychologen en psychiaters afgevaardigd om hen bij te staan. Kleuters en kinderen tot 12 jaar worden opgevangen in een grote tent waar meer dan genoeg kleurboeken liggen, knuffels, en een schommelpaard. Enkele psychotherapeuten hebben zich verkleed als clown. “Kleine kinderen beginnen vooral te huilen als ze hun ouders zien wenen, zegt psychologe Annalisa Patriarca. De taak van de psychologen is vooral beschikbaar zijn, praten met de volwassenen en spelen met de kinderen. En het helpt om de schrik die vooral de eerste dagen over het kamp heerste te verminderen.
Van het huis van de Tichetti’s blijft alleen een hoop stenen over. De hele familie slaagde erin langs de trap te ontsnappen in hun pyjama. Familie van het nabijgelegen Rieti bracht hen wat kleren en geld. Door de veelvuldige naschokken zijn de nachten slaaploos en de dagen schrikaanjagend. Maar toch verkiezen veel mensen de nacht door te brengen in open lucht in plaats van bij familie in de stadjes in de omtrek.
Vrijwilligers helpen mee om het leven in het camp te veraangenamen. Zo werd er een grote eetruimte opgezet op het sportveld waar pasta, mozarella, ham en brood werd verdeeld onder de honderden daklozen. Soms bezoeken vrijwilligers de tenten en brengen eten, geneesmiddelen en pampers voor de kleintjes.
Maar toch is leven in een camp met 1700 mensen hard. “Als we opstaan moeten we meteen in de rij staan voor de toiletten. Er is geen warm water om de kinderen te wassen. Een ander probleem is de regen, die het camp in een minimum van tijd in een modderige wei verandert. De meeste overlevenden brengen hun tijd door met praten over wat ze meegemaakt hebben. Anderen gaan op zoek naar nieuws over vrienden en kennissen. Maar de meesten wachten bang af op wat de toekomst hen brengt.