Spoedarts fotografeerde elke baby

Spoedarts Ignace Demeyer leidde de hulpoperatie na de aanval van Kim De Rijke op het kinderdagverblijf Fabeltjesland. De hulpactie werd in de weken en de maanden na de ramp geroemd als een schoolvoorbeeld van een rampenplan. Niemand uit zijn team leed nadien aan posttraumatische stress, zegt Ignace Demeyer. Hij blikt terug op wat er toen gebeurde.

“Het was de eerste keer dat er zo’n grootschalig incident met peuters gebeurde. Zoiets is ook voor de hulpverleners overdonderend, gezien de weerloosheid van de slachtoffers. Toen het alarm binnen liep, was er onder onze mensen veel commotie. Nogal wat mensen hadden ook kinderen die in een crèche zaten, en natuurlijk hoopte iedereen dat zijn kind er niet bij was. Op het terrein heeft dit geen invloed gehad op de zorgverlening. Nadien wel, op emotioneel vlak.

Toegesnelde ambulances brachten de gewonde kinderen naar vier ziekenhuizen. Opvallend was dat de slachtoffertjes allemaal met een stift een nummer op hun gezicht getekend kregen. ‘Dat is typisch voor rampenmanagement, om slachtoffers niet telkens om hun gegevens te moeten vragen. Op werklijsten kan men dan snel nagaan welk nummer, naar welk ziekenhuis is afgevoerd.

Bij peuters heb je het bijkomend probleem dat ze hun naam niet kunnen zeggen en geen identiteitskaart hebben. Ik kreeg het idee om van elke baby een digitale foto te maken. Een verzorgster moest daarna elk kindje op elke foto identificeren. Zo konden ze snel aan de ouders vertellen in welk ziekenhuis hun kindje lag.

Er werden onmiddellijk plastisch chirurgen ingezet. ‘Dat gebeurt niet altijd bij urgentiegeneeskunde. Maar als je al kunt beschikken over plastische chirurgen om de snijwonden zo mooi mogelijk te hechten is dat een groot pluspunt. Zeker als het om kinderen gaat.

Voor veel hulpverleners was dit de zwaarste opdracht waar ze tot nog toe mee geconfronteerd werden. ‘Voor ons gaat het leven verder’, zegt Demeyer.’Het liet misschien niet direct zijn sporen na, maar ongetwijfeld indirect wel. Onze mensen hebben achteraf allemaal begeleiding gekregen. Hierdoor is er volgens mij niemand die geleden heeft aan een posttraumatisch stresssyndroom.’

Bron: Het Nieuwsblad