Mijn foto

Copyright:Herwin Heyman

Bijna zelf een slachtoffer

Trauma bij een correspondent

VRT-correspondent Tom Van de Weghe vertrok in december 2007 naar China om in 2008 de Olympische Spelen te verslaan en de aanloop naar de Olympische Spelen op de voet te volgen. Die verliep vrij woelig ten gevolge van massaal Tibetaans protest en als klap op de vuurpijl waren er in mei 2008 de aardbevingen en overstromingen in Sechuan. Toen Tom bijna zelf het slachtoffer werd van het natuurgeweld en nadien geconfronteerd werd met het verdriet van de slachtoffers, raakte hem dat meer dan hij verwacht had.

“Ik heb nachtenlang flashbacks en nachtmerries gehad van instortende gebouwen. Wakker springen en denken dat alles is ingestort. Of in je slaap om je dochter roepen die je maar niet kunt vinden. De eerste weken dat ik terug thuis in Peking was, droomde ik dat er een naschok kwam. En dan schoot ik wakker en kon ik de slaap niet meer vatten. In je bed op de 9de verdieping, voel je de trillingen veel intenser. En door de verhalen die je de hele week te horen krijgt en de geur van lijken en ingestorte gebouwen, zit de schrik er goed in.

Normaal werk ik met een cameraman en sta ik als journalist zo’n beetje afzijdig toe te kijken. Maar toen had ik geen cameraman en moest ik zelf de reportage draaien. Elk beeld dat ik maakte, ging door merg en been. Want je loopt met je camera over het puin van ingestorte huizen en je weet dat vijf dagen na de ramp er nog altijd mensen onder zitten en misschien nog leven. Je ziet de reddingswerkers wel bezig, maar er was geen coördinatie en in mijn ogen verlegden ze het puin maar van de ene hoop naar de andere. Dan vroeg ik mij af waarmee ik bezig was en of ik niet beter mijn camera zou wegleggen en meehelpen.

En dan werk je een hele tijd in dat rampgebied en je denkt dat alles rond aardbevingen en overstromingen draait en dan kom je terug in Peking en zie je daar feestvierende mensen. Die tegenstelling was een enorme shock voor mij. Ik had ook enorm veel dingen meegemaakt: de ellende, het verdriet, vluchten voor mijn leven en eigenlijk te weinig tijd gehad om het allemaal te verwerken. Die aanvaarding en verwerking is later gekomen. Ik was heel kwaad en agressief de eerste weken toen ik terug in Peking was.

Een maand na de feiten ben ik gaan kijken hoe de wederopbouw verliep. Aangezien ik zelf een dochtertje heb van twee, kon ik mij het verlies van die ouders heel goed voorstellen. En ik wou zien hoe het nu met hen was. Het heeft mij enorm geschokt dat de Chinese ouders, die heel hun nageslacht hadden verloren, zelfs geen antwoord kregen op de vraag waarom die scholen waren ingestort. De politie heeft mij een tijd vastgehouden omdat de plaatselijke autoriteiten niet wilden dat ik daar nog werkte. Doordat ik niet meer mocht filmen, waren die mensen niet alleen hun enige kind kwijt, maar ook hun stem.

Op sommige ogenblikken stonden de tranen in mijn ogen en ik heb ze in de gesprekken met de ouders ook de vrije loop gelaten. Maar dan riep ik mijzelf terug tot de orde. Ik denk dat het ook goed was om mijzelf even in hun situatie te plaatsen. Ik denk dat als je constant je emoties wegduwt, je het voor jezelf alleen maar moeilijker maakt. Want je moet je werk nog kunnen doen.

Ik vond het enorm positief dat ik mijn eigen verhaal heb kunnen vertellen in “Koppen”. In mijn reportages voor het nieuws moet ik altijd stoer doen, maar nu ik voor Koppen een heel ander verslag heb kunnen maken, met mijn eigen persoonlijke ervaring, luchtte dat enorm op. Als correspondent zit je ontzettend ver van je redactie en ik trok mij op aan de positieve reacties van mijn collega’s. Maar de grootste blijk van waardering kwam van minister van Buitenlandse Zaken De Gucht. Het was fijn om mij op iets anders te kunnen concentreren dan ellende, dus ik keek uit naar zijn bezoek. En als je dan te horen krijgt van de minister “Amai, jij hebt daar toch wel straffe dingen gedaan,” heelt dat gegarandeerd de pijn. Waardering helpt!"