Trauma en beschaving

Dit historisch-sociologisch onderzoek naar de opkomst en verbreiding van de zorg voor slachtoffers van schokkende gebeurtenissen schetst een zeer goed beeld van het ontstaan van de traumazorg in het algemeen en vertelt tegelijkertijd ook de traumazorg in Nederland zich kon ontwikkelen tot het hoge niveau waarop ze nu staat. Het boek is een mijlpaal voor de ontwikkeling van de traumazorg omdat het relaties legt tussen medische, psychologische en sociale disciplines waardoor een totaal beeld wordt geschetst.
De auteur is als socioloog verbonden aan de Hogeschool Arnhem/Nijmegen en schreef verschillende artikelen over de omgang met schokkende gebeurtenissen. In 2010 promoveerde hij op deze studie. Het boek is gebaseerd op een uitgebreid literatuuronderzoek naar veranderingen in de omgangsvormen en omgangspraktijken in verschillende landen en 47 interviews door de auteur met de belangrijkste sleutelfiguren en experts in het veld van de traumahulpverlening in Nederland.
Structuur
Het boek is opgedeeld in vier delen. Deel een bespreekt de opkomst en verbreiding van het internationale traumaregime. Deel twee gaat dieper in op de situatie in Nederland na 1945.Deel drie beschrijft de huidige stand van zaken in Nederland. Deel vier trekt conclusies uit het traumaregime en het civilisatieproces. Interessant voor de gewone lezer is ook de lijst met specialisten die werden geïnterviewd. Verder is ook een uitgebreide lijst met hulpverleningscentra en hun netwerk opgenomen waardoor de lezer de verschillende organisaties kan plaatsen in het geheel van de hulpverlening.
Ontstaan
De spoorwegongelukken in Engeland in de 19de eeuw gaven een eerste aanzet tot het ontstaan van het traumaregime. Het ging om nieuwe schokkende gebeurtenissen die een traumatisch effect hadden op iedereen ongeacht aanzien, rijkdom of sociale afkomst. De technologische en organisatorische vernieuwingen van de eerste wereldoorlog zorgden bij een toenemend aantal soldaten voor vreemd en dysfunctioneel gedrag: shellshock. De Tweede Wereldoorlog veroorzaakte niet alleen nog meer slachtoffers onder de soldaten maar ook onder vervolgde burgers die direct na de oorlog niet de kans kregen om hun rouwgevoelens te tonen. In Amerika zorgde de psychische schade na de inval in Normandië voor het ontstaan van eerste traumanetwerken.
De reacties op de massale vervolging en genocide in de Tweede Wereldoorlog begonnen pas vijftien jaar na de oorlog op grote schaal op te duiken. Slachtoffers hadden al die tijd hun problemen verborgen gehouden omdat ze eerst en vooral de draad van hun leven opnieuw wilden opnemen. Ook het ontbreken van een gezamenlijke stem hield het grote zwijgen in stand. Dat veranderde met het proces tegen Adolf Eichmann in 1961 en de jacht op de nazibeulen.
Ook overlevenden (artsen en psychiaters) uit verschillende Europese landen kregen een belangrijke stem in de internationale discussie over de kampervaringen.
Erkenning van trauma
Nieuwe problemen bij de Amerikaanse oorlogsveteranen na de Vietnamoorlog (1964-1973) zorgden voor een kentering in het traumabesef. De grote verliezen in het Amerikaanse leger, de discussies over het nut van de oorlog aan het thuisfront en in een groot deel van de westerse wereld, de confrontatie van de dienstplichtigen met een moderne guerillaoorlog lieten diepe sporen na in de Amerikaanse samenleving, maar leidden tegelijkertijd tot een erkenning van het posttraumatische stress-stoornis in het psychiatrische classificatiesysteem van de VS in 1980.
Door de technologische ontwikkelingen en toenemende complexiteit van het productieproces hadden ongelukken en storingen grotere effecten op meer mensen en ontstonden dreigingen met grotere en moeilijker te voorspellen gevolgen op meer gebieden. Daar stond tegenover dat de bescherming tegen ongelukken en rampen geavanceerder werd. Door de uitbreiding van de massamedia en de snellere berichtgeving werd de beleving van de gebeurtenissen die zich ver weg afspeelden veel intenser. Omdat onthullingen over ernstig leed steeds meer plaats vonden in een publieke arena, riep de massale media-aandacht steeds weer nieuwe reacties op die ook weer nieuws konden worden. Het onthullen en erkennen van psychische trauma’s werd in verscheidene emancipatiegolven van slachtoffers het middel bij uitstek om nieuwe grenzen aan te geven. De sterke toename van onthullingen over schokkende ervaringen door mishandeling, seksueel misbruik, ernstig verlies van dierbaren of aantasting van het zelfbeeld was een sterke impuls voor de verbreiding van het traumaregime. Er kwam meer rechtsbescherming voor de slachtoffers en er ontstond een sterke groei van vrijwillige slachtofferhulp.
Voor de verspreiding van het traumaregime tot aan het eind van de jaren zestig kan de verklaring gevonden in de emancipatie van de slachtoffers en de toenemende machtskansen van specialisten. Groepen slachtoffers gaan zich van dan af organiseren op duidelijk onderscheiden gebieden van traumatisering, daarbij geholpen door zaakwaarnemers-specialisten en massale overheidssteun. Specialisten traden niet alleen op als woordvoerders en belangenbehartigers maar ook als scheidsrechters in het definiëren en erkennen van slachtoffers. In de VS leidde deze dynamiek in de nasleep van de oorlog in Vietnam tot de opneming van de posttraumatische stress-stoornis (PTSS) in de herziene versie van 1980 van de Diganostic and Statistical Manual (DSM) het gezaghebbende medisch-psychiatrische classificatiesysteem. De medische erkenning van de gevolgen van traumatische gebeurtenissen in de vorm van PTSS gaf specialisten nieuwe machtskansen en droeg bij tot een verbreiding van het collectief besef van psychische trauma’s.
Situatie in Nederland
In Nederland kregen de psychiaters die de kampen hadden overleefd pas gehoor in de jaren zestig en zeventig toen de publieke opinie omsloeg onder invloed van een reeks publicaties en tv-uitzendingen. Slachtoffers, specialisten, overheid en publiek vonden elkaar in een debat over de vrijlating van drie oorlogsmisdadigers dat als katalysator fungeerde in de samenwerking tussen de slachtoffers onderling en tussen slachtoffers en overheid. De opvattingen en werkwijzen die in de hulp aan oorlogsslachtoffers waren ontwikkeld vormden een stevig fundament waarop de zorg op het gebied van psychische trauma’s zich in de jaren tachtig en negentig verder kon uitbreiden.
Door toedoen van de nieuwe feministische bewegingen kwam in de laatste drie decennia van de twintigste eeuw ook een stroom van onthullingen op gang over mishandeling en misbruik van vrouwen en kinderen. Dat leidde in Nederland tot de aanstelling van een vertrouwensarts. Na gijzelingen en ongelukken in de industrie (’70-’80) en in de jaren negentig na enkele rampen, ging het traumaregime zich steeds meer uitstrekken tot de opvang van slachtoffers en calamiteiten. De overheid deed steeds meer beroep op specialisten bij nazorg en onderzoek naar de gevolgen van een ramp. Er kwam ook meer aandacht voor de desillusie bij de slachtoffers wanneer het publiek zijn interesse verloor na de ‘honeymoonfase’. Er ontwikkelde zich ook meer speciale zorg en aandacht voor slachtoffers die eerder waren getroffen en voor mensen die riskante beroepen uitoefenden.
Om deze uitgebreide dynamiek te beheersen en de collectieve verwerking te reguleren kwamen er een grote overlapping met andere specialismen waaronder epidemiologen, sociaal-psychologen, neurobiologen en experimenteel-psychopathologen.
Op basis van het onderzoek dat in deze studie werd uitgevoerd bij 47 toonaangevende specialisten kwam tot uiting dat nog verdere differentiatie tot nieuwe problemen leidde in de afbakening, de interne samenhang, de wetenschappelijke legitimering en de maatschappelijke erkenning van het professionele veld. Maar dit is stof voor een andere discussie.
Bijzonder interessant aan dit boek is dat de auteur ook de vinger durft te leggen op de controverses die in het verleden een rol hebben gespeeld rond bv. het waarheidsgehalte van ingebeelde incestverhalen (in België de notaris X-affaire) en de huidige discussie over het gebruik van DSM en de diagnose posttraumatische stress-stoornis in het bijzonder. Het is duidelijk dat dit boek niet mag ontbreken in de boekenkast van elke psycholoog die zich met traumazorg bezighoudt.
“Trauma en beschavving, een historisch-sociologisch onderzoek naar de opkomst en verbreiding van de zorg voor slachtoffers van schokkende gebeurtenissen, Frank Hermans, Arq Psychotrauma Expert Groep, Stichting Arq Diemen, blz.273, ISBN 978 94 6105 333 6.