De "vergeten" Hercules-ramp

Op 15 juli 1996 crashte op het militaire vliegveld van Eindhoven een C-130 Hercules-transportvliegtuig van de Belgische luchtmacht. Aan boord bevonden zich 41 inzittenden. Daarvan kwamen 34 mensen om, onder wie 28 leden van het Fanfarekorps Koninklijke Landmacht, een burgermuzikant die inviel, een lid van de Defensie Verkeers-en Vervoersorganisatie en de vier Belgische bemanningsleden.

De jongste dode was 18 jaar, de oudste 48. Zeven jonge musici van het Fanfarekorps overleefen wonder boven wonder de helse brand en de explosie in de laadruimte na de crash. Hun verwondingen waren gruwelijk. Na intensieve behandeling in brandwondencentra ondergingen zij een jarenlang hersteltraject.

Al vrij vlug bleek dat er tijdens de blussings-en reddingswerken onnoemelijk veel fouten werden gemaakt. Zo wist niemand dat er in het vliegtuig ook passagiers meereisden. Men ging er van uit dat de vier mensen in de cockpit omgekomen waren door de crash. De brandweer nam zijn tijd om het vliegtuig te blussen terwijl in het vliegtuig de mensen stikten en levend verbranden.

Toen de eerste brandweerman de deur van de bagageruimte opende en het grote aantal doden en gekwetsten ontdekte, brak er chaos uit. Voor en na de ramp werkten de overheden mekaar tegen. Het officieel onderzoek werd een doofpotaffaire. Niemand nam de verantwoordelijkheid op zich. De ramp werd simpelweg vergeten.

Hans Matheeuwsen was ten tijde van de ramp redactiechef bij het Eindhovens Dagblad . Op basis van uitgebreid dossieronderzoek en gesprekken met de betrokken reconstrueerde hij in 2009 de Herculesramp. Het werd hem niet in dank afgenomen want de overheden hielden het potje liever gedekt. Maar door de nieuwe informatie is dit onthullende boek een pleidooi geworden voor de heropening van het onderzoek.

In de officiële documenten is de Herculesramp vooral bekend geworden als de ramp na de ramp. Door een verkeerde aanpak van het trauma en bij de overleven en bij de slachtoffers en bij de hulpverleners is vooral het onuitgesproken leed zoveel jaren na de crash alleen maar dieper geworden.

Na de ramp en het onderzoek eisten de overheden van iedereen een informatiestop. Hulpverleners en getuigen werden het zwijgen opgelegd op straffe van onmiddellijk ontslag. Daardoor konden hulpverleners hun rouw en wroeging niet verwerken.

De familie van de slachtoffers werd een tijdlang in het ongewisse gelaten over wie bij de ramp was omgekomen en wie niet. Er werd hen ten strengste afgeraden om afscheid te nemen (de kist te laten openen) van hun dierbaren waardoor vele mensen ten onrechte het idee hadden dat de slachtoffers gruwelijk waren verminkt. Ook tijdens de herdenkingsplechtigheid werd aan de familieleden niet verteld waar ergens in de rij kisten hun dierbare zich bevond.

De hulpverleners waren er het ergste aan toe. Zij werden tijdens het onderzoek in de pers neergesabeld en hadden van hun oversten spreekverbod gekregen. Dat maakte het hen zeer moeilijk om normaal te functioneren. Na het onderzoek werden er geen verantwoordelijkheden genomen, geen schuldigen gestraft, zelfs niet sorry gezegd.

Matheeuwsen zelf moest op zijn tellen passen. Zijn wagen waarin hij de documenten over de ramp bijna dagelijks mee naar kantoor nam werd vernield en uitgebrand teruggevonden.

Maar ondanks alle intimidatie is dit boek er toch gekomen. Het is een heroïsch boek geworden waarin het respect voor de slachtoffers en de hulpverleners duidelijk aan bod komt.

“Vergeten Ramp, de noodlottige crash van de Hercules Vlucht BAF 610”, Hans Matheeuwsen, Uitgeverij De Boekenmakers, ISBN 978-90-77740-45-3, Prijs: 21,95 euro