Ik heb vreselijke dingen gezien

‘Ik ben er zonder veel kleerscheuren van af gekomen, maar ik heb vreselijke dingen gezien.' Joëlle Vankerckhoven uit Rebecq zat in het derde rijtuig van de trein die uit Quiévrain kwam en naar Brussel reed.

‘De klap was verschrikkelijk maar als bij wonder waren er in onze wagon geen ernstig gewonden. Maar het eerste rijtuig was helemaal verhakkeld. Het tweede was op zijn zijkant gegooid, het derde half.'

‘Ik heb in die andere wagons lijken gezien, een onthoofde mens, afgerukte ledematen, lichamen met afgescheurde kleren. Onbeschrijfelijk. Dit laat me nooit meer los.'

Het was het rijtuig van de eerste klasse dat zo zwaar toegetakeld was. Normaal neemt Joëlle ook een kaartje eerste klas. Gisteren had ze dat niet gedaan. Het is haar redding geworden.

Voor haar zat David Gianotti. Aan het opvangcentrum in Buizingen toont hij zijn omzwachtelde handen. ‘Ik heb met zo'n noodhamer de ruiten verbrijzeld en ze met mijn handen vrijgemaakt. vandaar die bloedende wonden.'

‘Ik was aan het slapen, zoals ik altijd doe op de trein', vertelt David. ‘Tot ik bruusk wakker werd door de klap. Ik ken Joëlle niet maar we hebben elkaar vastgegrepen. We zijn op de grond gaan liggen. Om ons in veiligheid te brengen.'

Dat was een advies van Joëlle. Zij is immers een voormalige treinbegeleidster. En haar elf jaar ervaring kwam haar gisteren goed uit. ‘Toen het gebeurde heb ik meteen de professionele klik gemaakt. Als treinbegeleiders zijn we daarvoor gedrild. Ik heb nog omgeroepen, de mensen gezegd kalm te blijven en niet naar buiten te klauteren zonder hulp. Er bestond ernstig elektrocutiegevaar omdat de bovenleiding afgeknapt was. Ik heb ook nog naar de spoordiensten in Brussel-Zuid gebeld om ze te verwittigen van de catastrofe.'

‘Ik kende de treinbegeleidster. Ze was ook gewond aan het hoofd, maar ze bleef overeind. Ze bleef gewonde passagiers helpen. Bravo.'

Joëlle zucht. ‘Ik lijk nu wel koelbloedig maar ik besef nog niet goed wat er gebeurd is. Ik heb mijn familie gerustgesteld. Straks zal ik wel mijn klop krijgen.'

Bron: De Standaard